Het miezert buiten en ik hoor nog steeds geen vogeltjes fluiten. Dat kan ons (mijn hond en ik) er niet van weerhouden om onze traditionele zondagmorgenwandeling te ondernemen.
Het voornemen is om op de verharde weg te blijven want ik heb op speciaal verzoek maar eens een schone zondagse broek aangetrokken en die mag natuurlijk niet direct al weer smerig worden.
Maar ja, mijn oog valt op een bouwland waar de overvloedige regen van de afgelopen tijd een ware grondverschuiving heeft veroorzaakt. Tientallen vierkante meters kostbaar bouwland is verzakt en weggeschoven. "Wat fijn dat het niet mijn land is", denk ik onwillekeurig!
Even verderop zie ik langs de bosrand de katjes al volop bloeien, dat geeft hoop dat het voorjaar ook dit jaar wel weer komen zal.
Ook zie ik bij diezelfde bosrand dat de jongens van het kasteel, zoals ik de beide broers die het chateau bewonen stiekem pleeg te noemen, ook weer flink bezig zijn geweest, er ligt al weer een grote stapel brandhout klaar voor de kopers die ongetwijfeld zullen komen. Vermoedelijk hebben ze deze bomen omgezaagd onder het goedkeurend toeziend oog van hun 87 jaar jonge vader die het heft nog stevig in handen heeft.
Bij nadere beschouwing zou het best eens zo kunnen zijn dat ik 's zomers niet over een bospaadje wandel maar dat het dus een drooggevallen beekbedding is wat ik passeer.
Maar ja, wat maakt het uit als je het goed beschouwt.
Dit was dus een kort verslag over wat ik allemaal meemaak op een zondagmorgenwandeling. Er is altijd van alles te zien en een hoop te ontdekken.