zondag 31 januari 2010

Jagers.



Zondagmorgen, mooi weer, hondengehuil, schreeuwende mannenstemmen en veel geknal.
Dat hoort een beetje bij elkaar. Het is een religie.
De jagers zijn weer volop actief. De schoten donderen door het stille dal, er zal vermoedelijk geen levende ree meer overblijven.
Filou vliegt tegen de deur op en eist om binnengelaten te worden. Hij is doodsbenauwd.

En voor onze zondagmorgenwandeling moeten we dus eerst zorgvuldig een richting bepalen waar geen jagers zijn. En die is er wel, dus gaan we toch maar samen op pad, Filou en ik.

Wanneer we bijna weer bij huis zijn zien we een oude jagersman kleumend tegen een telefoonpaal leunen, hij heeft het koud ondanks de bleek schijnende zon.
Hij wacht op potentiële slachtoffers die voor zijn geweerloop langs worden gedreven zodat hij kan schieten.
Op mijn vraag of ze nog wat geschoten hebben, antwoordde hij dat er wel veel was geschoten maar dat er niets was gevallen. Daaruit begreep ik dat de reeën geluk hebben gehad, maar het kan ook zijn dat het gewoon miserabele schutters zijn.

Voor de eerste keer zag ik een waarschuwing dat er een jacht gaande was. Dat zal betekenen dat voorbijgangers voorzichtig moeten zijn zodat de jagers hun gang kunnen gaan en niet meer verantwoordelijk zijn voor eventuele kogelwonden. Het is wel zo dat de jagers zich aan steeds meer regels moeten houden, oranje petjes en knalgele vesten en dus ook waarschuwingsborden.

Als ze nu ook nog even kogelvrije vesten uitdelen aan omwonenden, kan er niets gebeuren.