dinsdag 16 juni 2009

Zaterdag de 13e.



En weer is het bijna half tien voor we dekens van ons af smijten. Het is een slaapverwekkend land. We maken eerst een fietstochtje door het dorp en zien o.a. dat er een grote militaire radarinstallatie staat die nog steeds niet gefotografeerd mag worden. We fietsen door het noordelijkste fort van europa, volgens een bordje. Het staat vol met moordtuig, van heel oud tot houwitsers uit de tweede wereldoorlog.

We zien dat het hier in het noorden ook niet makkelijk leven is, de houten huizen zijn slecht onderhouden en de straten zijn erg slecht. Ik dat Noorwegen een rijk land was. Je vraagt je trouwens toch af wat de mensen hier eigenlijk doen, er is toch weinig werkgelegenheid zo te zien.

We kopen een veel te duur brood (drie en halve euro!) en maken ons klaar om de 100 km lange weg weer terug te rijden naar het eind of begin van de Varangerfjorden. Althans, Diny doet dat.

Bij een withouten kerkje, wat als bezienswaardig wordt aangegeven, eten we een broodje . Helaas de wind is te koud om lekker buiten te kunnen zitten, aan de zon ligt het niet want die is warm genoeg.

In de loop van de middag rijden we door de Noorse bergen via een miserabele slechte weg. Hij zit vol met nid de poules “kippennesten” zoals de fransman dat zo aardig uitdrukt. Ronde diepe gaten in het asfalt waar het wiel zo fijn in dondert. Maar het landschap is prachtig mooi en desolaat.

Weer later rijden we richting noorden, het schiereiland Nordkinnhalvoya op. Dat is een weg van ongeveer 100 kilometer, gloednieuw en spiegelglad. Een verademing na die rotweg van daarnet. En de natuur is al even prachtig en groots, uitgestrekte velden, heuvels met sneeuwresten, meren die nog maar half ontdooit zijn. Er lijkt geen einde aan die weg te komen.

Eindelijk om half acht naderen we onze bestemming, Gamvik, het eigenlijke meest noordelijke puntje van Europa. Het schijnt net iets hoger te liggen als de Noordkaap, reden waarom ik er naar toe wilde.

In het dorp zijn geen mooi parkeerplekjes te vinden en al zoekende draaien we een zijweg in en komen uit bij een grote parkeerplaats van het meest noordelijke natuurgebied van Europa. Ja, we breken hier erg veel records!
De wind huilt om de camper en het uitzicht over de Noordse zee is oneindig. Jammer dat er weer wat wolken komen, nu zien we de niet ondergaande zon weer niet.
Maar aangezien het al weer behoorlijk etenstijd is, zet Diny zich direct aan het bereiden van de warme hap. Dat zal er wel in gaan na zo’n dag.